De bril van Bert – “Trial and error: dat leren de beertjes van Meichenbaum je niet”

“Leerlingen hebben vandaag geen werkhouding meer. Ze beginnen gewoon aan een opdracht zonder te lezen wat ze moeten doen. Zonder plan.” Dat hoorde ik laatst leraar aardrijkskunde Christine zeggen in de lerarenkamer. Aan het instemmend gemompel te horen, is zij niet de enige die daar last van heeft. Maar is het wel altijd relevant om eerst de instructies te lezen?

Als ik een nieuwe gsm koop, lees ik nooit eerst de handleiding. Ik begin gewoon en probeer te begrijpen hoe dat ding werkt. Trial and error. Bij veel gsm’s zit er tegenwoordig zelfs geen handleiding meer bij. Wel een link naar het internet. Rondom ons zijn dingen veel complexer geworden. Het is eenvoudiger maar vooral ook efficiënter om gewoon iets uit te proberen. Snappen wat de interne logica is. En als je vastzit, dan vraag je het gewoon. Aan zoon, broer, collega. Iemand die er meer van kan dan jij en je just in time kan helpen met je vraag. Zonder exposé over wat je gsm nog allemaal kan.

Dat jij en ik, maar ook kinderen en jongeren, vaker gewoon aan iets beginnen in plaats van ons vooraf uitgebreid te informeren, is een vorm van adaptatie. De wereld verandert immers razendsnel. Informatie woekert. Het is simpelweg niet meer te doen om vooraf alles te weten.

Toch verloopt heel wat leren op school nog lineair. Daarbij leren we leerlingen graag de werkhouding aan van de beertjes van Meichenbaum: 1. Wat moet ik doen? 2. Hoe ga ik het doen? 3. Ik doe mijn werk. 4. Ik kijk mijn werk na, wat vind ik ervan? Meichenbaum biedt met zijn vragen structuur en houvast om relatief eenvoudige, planbare taken tot een goed einde te brengen. Dat is voor een deel van de leerstof vandaag nog relevant. Maar zijn vragen zijn ontoereikend wanneer het wat complexer wordt.

Zo gaat Meichenbaum ervan uit dat de opdracht die voor je ligt relevant is. Maar is dat wel zo? Heel wat leerlingen van ‘Generation Why’ vragen zich eerst af waarom ze iets moeten doen. Als je daar geen antwoord op kan geven, is hun motivatie al grotendeels weg. Het eindresultaat visualiseren helpt leerlingen om zich beter te oriënteren en de essentie te vatten. Vervolgens kunnen ze een eerste stap zetten. Niet vooraf een heel stappenplan uitdokteren. Want de kans dat ze dit plan feilloos kunnen volgen, is eerder klein. Onderweg duiken er voortdurend nieuwe opportuniteiten of informatie op, waardoor ze hun opdracht moeten bijsturen. En als ze onderweg ‘vast’ zitten? Dan is het relevant dat leerlingen zich afvragen wie hen kan helpen.

Samengevat zouden de ‘beertjes van Smits’ er zo kunnen uitzien: 1. Waarom is dit belangrijk? 2. Hoe ziet het mogelijke eindresultaat eruit? 3. Wat is een eerste stap? 4. Hoe heeft die eerste stap gewerkt ? 5. Wat is een volgende stap? 6. Brengt dit mij dichter bij mijn resultaat? 7. Ik zit vast. Wie kan mij helpen?

Die dingen kan je op school leren. Van iemand die weet waarom iets belangrijk is. Iemand die kan vertellen hoe het zou zijn, mocht je iets kunnen of weten. Iemand met een groot netwerk dat je verder helpt. De leraar, dus. Zo brengen we leerlingen een werkhouding bij die aangepast is aan de noden van vandaag. En morgen.

Bert Smits is sociaal pedagoog, auteur en ondernemer. Hij is mede-oprichter van het ‘Mysterie van Onderwijs’, een platform dat innovatie en ondernemerschap in onderwijs wil stimuleren. www.bertsmits.be

Dit artikel komt uit “Klasse voor Leraren van oktober 2013 (nr. 238)”

Van pagina 55 tot en met 55