De bril van Bert – Mogen ouders ook meepraten over onderwijs zelf?

page_43_thumb_large (1)Ik ben te gast op de school van mijn kinderen. Hun school. Toegegeven: een gastvrije school. Ze nodigt me uit via papier en mail om te luisteren naar de klaswerking. Ik hoor er hoe mijn kind het doet in strak getimede maar hartelijke gesprekjes. Ik kom er bij wijze van steunbetuiging frieten eten, koop er kalenders of ga er naar een heuse ouderfuif. Zo is de school van mijn kinderen. Maar is het ook mijn school?In ons open oudercomité is iedere ouder welkom. We bedenken er acties die meer geld in het laatje brengen. We mogen ons uitspreken over thema’s zoals verkeersveiligheid. We kunnen indien nodig ‘klachten’ of ‘zorgen’ delen met de directie. Die gaan vooral over de kostprijs of invulling van extracurriculaire activiteiten. Ik ben zelfs welkom om klusjes op te knappen of op te treden als leesouder. Zo zijn er een aantal ouders die zich wellicht mee gastheer of gastvrouw voelen van de school.

Toch heb ik meer nodig om te kunnen spreken over ‘onze school’, alle goede bedoelingen ten spijt. Ik wil kunnen meedenken, meepraten over het kernproces op school: het onderwijs zelf. Helaas heb ik als ouder nog nooit zo’n uitnodiging ontvangen. De school denkt er wel over na op de pedagogische studiedag. Hét moment bij uitstek waarop ouders en leerlingen niet welkom zijn. We weten niet wat er op de agenda staat. We horen niet wat er uit komt. In het beste geval merken we er onrechtstreeks iets van.

Ouders krijgen zo niet de kans om het onderwijsleerproces te begrijpen. Wat er in de klas gebeurt, blijft een black box waar ze enkel over horen via foto’s op de klasblog, huiswerk van de kinderen of een infomoment. Voor leraren is het een gemiste kans omdat ze zo een heel kennisnetwerk onderbenutten. Ouders die meedenken, ja zelfs meewerken, kunnen leraren steunen, ontlasten en inspireren. Met wederzijds respect en waardering voor ieders kwaliteiten. Wat verhindert scholen om ouders bij hun kernproces – leren – te betrekken?

Je hebt leraren die wat er in de klas gebeurt als hun ‘terrein’ beschouwen. Daar hebben we de afgelopen jaren gelukkig al een hele weg afgelegd. Een ander veelgehoord argument is dat ouders niet bekwaam of opgeleid zijn om iets over leren te zeggen. Toch zijn zowat alle ouders haast dagelijks met leren en ontwikkelen van zichzelf of hun collega’s bezig. Ze hebben relevante beroepscompetenties en een zinnige mening over hoe leren het best verloopt. Heel wat leraren weten echter niet wat ouders professioneel doen, omdat beroepen niet meer in één woord te vatten zijn. Bij beroepen waar dit wel lukt, bijvoorbeeld arts of brandweerman, word je als ouder wél in de klas uitgenodigd.

Verder zijn er nog praktische argumenten: ‘Ouders hebben geen tijd. Ze gaan met twee werken. We moeten ze hiermee niet lastigvallen. Ouders willen niet meedenken.’ Argumenten die hun bewijskracht ontlenen aan het feit dat er altijd helpende handen te kort zijn of dat het oudercomité door steeds dezelfde mensen wordt getrokken. Maar ook hier vergeten scholen dat ouders uitnodigen om de tap te bemannen van een andere orde is dan ouders uitnodigen om mee na te denken over een nieuwe onderwijsvisie, of samen te zoeken naar manieren om het leren op school te verbeteren.

Als we deze obstakels overwinnen, ligt de weg open voor échte participatie van ouders. Je hebt in Vlaanderen al scholen die ouders, leraren én leerlingen betrekken bij het onderwijs zelf. Het zijn stuk voor stuk processen geweest van samen zoeken maar wel met hetzelfde resultaat: ouders, leerlingen en leerkrachten die fier zijn op hun school.

Bert Smits is sociaal pedagoog, auteur en ondernemer. www.bertsmits.be

Dit artikel komt uit “Klasse voor Leraren van januari 2014 (nr. 241)” van pagina 43 tot en met 43